Interview met Karina

Terug

‘Ik woon in een mooi leven’

Een taalontwikkelingsstoornis hoeft écht je leven niet te bepalen. Dat bewijst Karina (20) uit Nieuwegein, een vrolijke jongedame. Ja, ze heeft soms moeite met het begrijpen van gesprekken. Maar wat maakt het eigenlijk uit? “Mijn tip is om jezelf met medelotgenoten in contact te brengen. Dan kan je ervaringen uitwisselen.”

Als peuter

Terwijl leeftijdsgenootjes al volop oefenden met hun eerste woordjes, praatte Karina nog niet. “Ik begon later met praten en struikelde toen over woorden. Ik mompelde.” Karina bleek problemen te hebben met spraak en taal en krijgt jaren lang wekelijks logopedie. “Dat hielp wel. Ik moest veel oefenen met zinswoorden en een beetje met taal.”

Vrolijk

Vanaf haar vijfde ging Karina met een busje naar een speciale school: Kentalis Het Rotsoord in Utrecht. Dat beviel haar prima. Ze heeft nooit erg veel moeite gehad met haar taalontwikkelingsstoornis. “Ik ga altijd al vrolijk door het leven. Ik ben een vrolijke, drukke meid met een grote mond. Nee, het heeft mij nooit zo belemmerd. Ik woon in een mooi leven. Ik heb TOS ook mijn hele leven al en had altijd mede-klasgenoten die hetzelfde hadden. Dan accepteer je het sneller, dan weet je dat je niet de enige bent.”

Durven vragen

Toch loopt ook Karina soms tegen moeilijkheden aan. “Taalontwikkelingsstoornissen zijn nog heel onbekend. Dat weet ik, omdat ik wel honderdduizend keer moet uitleggen wat het is. Autisme of ADHD kennen de mensen, maar dit niet.” Daarom doet ze mee aan de campagne: ze wil meer begrip voor mensen met een taalontwikkelingsstoornis.

Uitleggen

Soms heeft Karina moeite met het in een keer begrijpen van uitleg. “Ik doe een bakkersopleiding en daar doe je veel met je handen. Laatst lieten ze me zien hoe je een saucijzenbroodje maakt. Daarna moest ik het meteen zelf doen, maar dan weet ik het niet meer. Ik vroeg of hij het nog eens wilde voordoen en uitleggen. Dat leerde ik een half jaar geleden tijdens een succestraining voor mensen die wat terughoudend zijn.”

Harde werker

Van een ‘bondgenoot’ leerde Karina dat ze volhardend moest zijn bij het zoeken naar een baan. “Ik heb vroeger veel gesolliciteerd en werd nergens aangenomen. Ik kan prima werken, maar die mensen beoordelen je op het sollicitatiegesprek. Bij zo’n gesprek word ik zo zenuwachtig van binnen, dat ik het niet meer goed op mijn hoofd heb. Dan is mijn hoofd leeg en ga ik veel bewegen.” Toch vond Karina leuke bijbaantjes, eerst bij een restaurant en daarna bij een verzorgingshuis. “Ik wilde zo graag werken. Mijn tip is: ga gewoon langs om je cv af te leveren, dan heb je wel een gesprek, maar is het niet zo officieel. ”


Deel dit bericht