Interview met Meike

Terug

‘Ik heb lang gedacht dat ik de enige was’

Meike (27) kijkt trots in de lens van de fotograaf. Ze doet mee aan de campagne om de taalontwikkelingsstoornis (TOS) meer bekendheid te geven. Want juist die onbekendheid is voor veel jongeren zo moeilijk, weet Meike. “Ik heb ook lang gedacht dat ik de enige was.”

Grote groepen

“De basisschool was de enige tijd dat ik het op school goed had. Ik had een vriendin met wie ik altijd naar school liep, zij betrok mij bij de anderen.” Haar tijd op de middelbare school roept vooral negatieve gevoelens op: “Je moet steeds van klas naar klas lopen en je hebt veel leraren en nooit een vaste groep. Ik ben wel sociaal, maar vind het moeilijk om me ergens bij te voegen, vooral bij groepen.”

Onzichtbaar

“Ik had wel altijd snel vrienden, maar dat ging gauw over als ze mij beter leerden kennen. Dan zien ze meer de beperkingen en komen er misverstanden. Dat is ook zo moeilijk aan TOS: je ziet niet meteen aan de buitenkant wat ik heb. Maar als ik iets in een groep moet vertellen, dan kom ik er niet altijd uit. Ik weet het wel, maar het lukt mij niet om het te zeggen. Dan zeg ik het soms maar niet, of in het kort. Ik denk dat het je ook stil maakt.”

Doorzetter

Meike is een echte doorzetter, ondanks twee stages die misliepen, rondde ze haar mbo-opleiding voor helpende af en werkt ze  nu als helpende bij Kentalis, met mensen die doofblind zijn. “Dit past goed bij mij, ik werk veel een-op-een met de mensen. Dat vind ik fijner dan groepswerk. In een groep gebeuren onverwachte dingen en dat vind ik moeilijk”

Zelfstandig

Een jaar geleden ging Meike uit huis. “Mijn ouders hebben mij altijd gesteund, ze wilden het beste voor me. Ik ben heel lang heel afhankelijk geweest en daarom wilde ik al best vroeg zelfstandig worden. Dat vonden mijn ouders leuk, daar zijn ze heel makkelijk in. Mijn vader helpt mij nog wel met de financiën, soms krijg ik lastige brieven. Het bevalt mij heel goed in mijn eigen huis.”

Meer bekendheid

Meike pleit voor meer bekendheid voor TOS. “Ik dacht namelijk altijd dat ik de enige was die TOS heeft. Ik ging googelen en nu weet ik wát ik heb en dat er lotgenoten zijn. Die heb ik altijd gemist. Op school vroeg ik wel eens naar lotgenoten, maar ze wisten het niet. Nu geef ik voorlichting over TOS en ga ik naar bijeenkomsten van SpraakSaam, waar ik ook secretaris ben. Ik zoek niet per se nieuwe vrienden, want vrienden heb ik al. Maar het is fijn om ervaringen uit te wisselen, want dat kun je niet met mensen die geen TOS hebben.”


Deel dit bericht